De taxistandplaats van Kampala.
Ik wordt doorgestuurd naar een loket waar een dame achter een buro zit. Op mijn vraag wijst ze op drie borden met geldige postzegels die achter haar aan de muur hangen. Helaas, geen zegels met een afbeelding van vogels. Ze verwijst me dan naar een tafel met een oudere dame waar ik mijn vraag nog een keer stel. Het lijkt wel of ze blij is met mijn bezoek. Er wordt een stoel bijgeschoven, de kluis gaat open en er komt een grote doos met keurig in enveloppen gerangschikte oudere postzegels te voorschijn. We kijken samen de hele doos na en uiteindelijk ligt er een redelijk stapeltje postzegelvelletjes en losse zegels voor me.
Bij het optellen van alle waarden houdt de dame zelfs rekening met niet complete series. Een zegel van 1600 shilling mag ik voor 1000 mee nemen omdat ze de andere zegel van de serie niet meer heeft.
Ik weet trouwens niet wie blijer is. De dame voor de leuke invulling van een deel van de middag of ik voor de verworven postzegels.
Na nog een ansichtkaart voor Nederland op de bus te hebben gedaan gaan we terug naar de dames in Bancafé om te lunchen. We beginnen er aardig aan te wennen dat het zo lang duurt voordat de lunch op tafel staat, maar uiteindelijk kunnen we weer met Sam mee terug naar de Cassia Lodge.
Wat een gekkenhuis is het toch op de weg in Kampala. Je moet heel koelbloedig zijn als je aan dit verkeer deelneemt en dat is Sam ook wel.
Plotseling wordt hij door een politieagent aan de kant van de weg gezet. Hij is schijnbaar door rood gereden. Normaal is dat een boete van 50.000 shilling, maar hij komt er vanaf als hij 5.000 shilling aan de dame verderop op de stoep geeft. Waarschijnlijk de vrouw van de agent. Pure omkoping en corruptie dus, maar dat is Oeganda.
We besluiten om de 'bekeuring' voor onze rekening te nemen en ieder geeft 1.000 shilling aan Sam, die hier dolblij mee is en grijnst van oor tot oor.
Het zwembad van de Cassia Lodge.
Aan het eind van de vakantie toch nog zwemmen.